Het geratel van fietsen en botten over de kasseien, terwijl fans langs de kant van de weg de renners vooruit schreeuwen; er is niets dat kan tippen aan de unieke sfeer van de Hel van het Noorden. Voor één man in het peloton geldt dat misschien nog wel meer dan voor wie dan ook: John Degenkolb.
Een dag na de koers spraken we met de winnaar van Paris-Roubaix 2015 om terug te blikken op wat de snelste editie ooit bleek te zijn.
Fris aan de start van zijn koers
“Vermoeid en een beetje beurs,” zegt John terwijl hij gaat zitten, gevolgd door zijn kenmerkende, warme lach.
Als je denkt aan Paris-Roubaix in het moderne wielrennen, is Degenkolb een naam die altijd terugkomt. Door de jaren heen heeft hij een bijzondere band opgebouwd met de koers.
“Het is een wedstrijd die mijn carrière heeft gevormd. Ik heb er samen met het team mooie dingen bereikt. En zelfs na al die jaren blijft het speciaal. Dat gevoel van spanning voor de start is er nog steeds. Het is eigenlijk gek dat die kasseien na zestien jaar in het peloton nog altijd hetzelfde met me doen.”
Vorig jaar moest hij de koers missen na een zware valpartij in de Ronde van Vlaanderen.
“Alleen al aan de start staan was dit jaar bijzonder. Ik denk dat wordt onderschat hoe dicht die crash bij het einde van mijn carrière zat. Ik ben enorm dankbaar voor alle hulp die ik heb gekregen – van het team, mijn familie, de artsen. Iedereen heeft fantastisch werk geleverd om me weer terug te krijgen in het peloton.”
“Dit jaar hebben we ervoor gekozen om Vlaanderen over te slaan. Niet per se om risico’s te vermijden, maar om de voorbereiding volledig zelf te kunnen sturen en zo fris mogelijk aan de start te staan. De wedstrijden worden steeds zwaarder, en ik merk ook dat mijn herstel wat langer duurt.”

