Frits komt niet uit een echte wielerfamilie, maar groeide wel op op twee wielen. Op zijn achtste of negende reed hij al fanatiek over mountainbikeparcoursen, deed hij mee aan kleine wedstrijden en raakte hij verliefd op de combinatie van vrijheid en techniek die de sport biedt. Naast het fietsen hockeyde hij ook, maar op een gegeven moment moest hij kiezen.
“Hockey is een teamsport,” legt hij uit. “Ik was al vrij jong beter dan mijn teamgenoten en dat maakte het soms lastig om begripvol te blijven. Bij mountainbiken kun je alleen jezelf iets verwijten, en dat vond ik eigenlijk fijner.”
Die uitspraak zegt veel over wie Frits is: gedreven, zelfstandig en niet bang om verantwoordelijkheid te nemen.
Het mountainbiken vormde hem volledig — zijn technische vaardigheden, zijn koersinzicht, zijn voorbereiding en zijn discipline. Ook nu, als weg- en gravelrenner, merkt hij daar dagelijks de voordelen van. “De techniek, de training, de toewijding… eigenlijk is het bijna hetzelfde.”
Zijn weg naar het profwielrennen was allesbehalve standaard. Na zijn laatste U23-jaar op de mountainbike bleef een contract bij een grote ploeg uit. In plaats van af te wachten, nam hij zelf het initiatief en klopte aan bij BEAT Cycling. Zij geloofden in hem, boden hem een halfjaarcontract als stagiair aan en gaven hem de kans om zich op de weg te laten zien. Dat bleek een keerpunt.
In de winter gooide hij het roer volledig om: langere trainingen, meer volume, nauwkeurig omgaan met voeding. De resultaten lieten niet lang op zich wachten. Een sterke proloog in de Ronde van Slovenië, constante prestaties op de weg en groeiend vertrouwen.
En toen kwam het moment waarop zijn naam echt breed bekend werd: een tweede plaats op het WK gravel.
“Dat was heel bijzonder,” vertelt hij. “Ik had me eerder in het jaar geplaatst en omdat het WK in Nederland was, wilde ik er heel graag bij zijn. Ik had eigenlijk geen verwachtingen.”
Één voor één verdwenen grote namen, gravel-specialisten en WorldTour-renners uit de kopgroep. “Maar ik voelde me fris. Dat was echt een vreemd gevoel.”
De tweede plek achter Vermeersch verraste bijna iedereen — behalve misschien de mensen die zijn snelle ontwikkeling gedurende het seizoen van dichtbij hadden gevolgd.
Op de weg ziet Frits zichzelf vooral tot zijn recht komen in zware, heuvelachtige wedstrijden waarin het afzien is en uiteindelijk alleen de sterksten overblijven. Tegelijk staat hij open voor wat de toekomst brengt. “Ik weet nog niet precies waar het eindigt. Dat maakt het juist interessant.”
Wat vaststaat, is zijn werkethiek. Als hij zichzelf in drie woorden moet omschrijven, noemt hij: leergierig, gedisciplineerd en gefocust.
Met een lach zegt hij dat zijn meest ‘bijzondere feitje’ is dat hij van koffie houdt — maar eigenlijk is zijn verhaal op zichzelf al bijzonder genoeg: een mountainbiker die zichzelf opnieuw uitvond, zijn potentie ontdekte op de weg en in het gravel, en bijna terloops één van de grootste Nederlandse gravelresultaten ooit boekte.

