Fietsen maakten in de South Lakes altijd al deel uit van James’ leven. Zijn opa reed bij de lokale toerclub, zijn vader groeide op tussen trial- en motorcrossmotoren, en James en zijn broer reden rondjes in de buurt — eerst vier mijl, daarna acht, en steeds verder naarmate ze ouder werden. Maar terwijl zijn broer zich al vroeg aansloot bij een wielerclub, blonk James aanvankelijk ergens anders in uit. “Ik was helemaal gefocust op ‘fell running’ en atletiek,” vertelt hij. “Misschien was ik te goed op te jonge leeftijd; rond mijn zestiende was ik er wel klaar mee.”
Toen hij het hardlopen langzaam losliet, moedigde zijn vader hem aan om het wielrennen serieus te proberen. Als junior mocht James eindelijk echte wegwedstrijden rijden en daar viel alles op zijn plek. “Ik was klein en een beetje gek,” lacht hij. “Dus hij dacht dat ik het klimmen wel leuk zou vinden.”
Zijn ontwikkeling ging snel. In zijn tweede juniorenjaar vertegenwoordigde hij Groot-Brittannië op het WK en niet veel later zette hij met duidelijke ambitie de stap naar de beloften. “Vanaf dat moment heb ik niet meer omgekeken.”
James praat met liefde over het ‘fiesten om het fietsen’, een gevoel dat hem nog altijd typeert. “Ik geniet ervan om buiten te zijn, nieuwe plekken te ontdekken en de wereld vanaf twee wielen te zien,” zegt hij. “Vergeleken met een auto of bus is het een totaal andere beleving… de geuren, de geluiden, de vrijheid.” Koersen ziet hij als iets heel anders: intens, stressvol, vol adrenaline, maar minstens zo mooi.
Die passie mondde uit in een van de meest memorabele momenten uit zijn carrière in 2019, toen hij als elfde eindigde in de Vuelta a España, pas in zijn tweede jaar als prof. “Ik had geen enkele verwachting,” vertelt hij. “Ik zou de Vuelta eigenlijk niet eens rijden. Maar naarmate de koers vorderde, werd ik steeds beter. Het was overweldigend, iets wat ik zo vroeg nooit had zien aankomen.” Vanaf dat moment vestigde hij zich als een betrouwbare klimmer en loyale ploeggenoot, met sterke eigen klassementsresultaten en een belangrijke rol in het ondersteunen van kopmannen in de zwaarste WorldTour-koersen en grote rondes.
Na zijn volledige profcarrière bij één ploeg te hebben doorgebracht, betekent de overstap naar Team Picnic PostNL voor James een frisse start. “Het is best spannend,” geeft hij toe. “Ik wil goed beginnen en snel integreren binnen de staf, met de coaches en met de renners. Maar ik kijk er vooral ook naar uit.” In het bijzonder verheugt hij zich op de samenwerking met de jonge klassementstalenten van het team. “Ze hebben enorm veel potentie en ik denk dat een aantal van hen grote stappen kan zetten. Als ik de jongere jongens kan helpen, begeleiden en mijn ervaring kan delen, dan zou ik dat heel mooi vinden.”
James omschrijft zichzelf als “praatgraag, altijd lachend en realistisch”, precies het type renner dat een groep bij elkaar houdt en waarde hecht aan vrienschap, verantwoordelijkheid en het gedeelde leven in het peloton.
Vooruitkijkend zijn zijn wensen voor de komende seizoenen eenvoudig en helder: “Als ik vanaf het begin kan laten zien wat ik kan, de kopmannen helpen wanneer nodig en kansen grijpen als ze zich voordoen, dan is het een topjaar.”
